Keto

Het ketogeen dieet als behandeling voor diabetes

Inleiding door Wim Tilburgs oprichter van Stichting Je Leefstijl Als Medicijn.

Toen ik in 2015 als een van de eersten in Nederland mijn diabetes omkeerde werd van diabetes gezegd dat het een ‘progressieve, chronische’ ziekte is – met andere woorden ongeneeslijk.

Inmiddels weten we wel beter. Via onze Facebookgroep Keer Diabetes Om met Je Leefstijl Als Medicijn ondersteunen we nu een hele grote groep mensen met diabetes. Daardoor zijn er inmiddels veel leden van deze groep volledig medicatievrij en zijn daarbij ook nog vaak tientallen kilo’s aan gewicht verloren en zien we vaak een enorme vermindering van buikomvang.

We baseren onze leefstijl aanpak op de vijf pijlers van een gezonde leefstijl. Voeding, beweging, stressreductie, natuurlijk bioritme en relaties/zingeving.

Bij de pijler voeding zetten we in op het verminderen van koolhydraten en het meeste en snelste effect zien we daarbij vooral met het ketogeen dieet.

Het navolgende artikel is geschreven door Sarah Neidler, PhD en wetenschappelijk beoordeeld door Raphael Sirtoli MSc. Raphael is lid van de adviesraad van Stichting Je Leefstijl Als Medicijn en mede oprichter van Nutrita.

Het ketogeen dieet als behandeling voor diabetes

Voordat we dieper ingaan op het onderwerp, moeten we eerst duidelijk maken wat diabetes is en hoe een ketogeen dieet wordt gedefinieerd.

Wat is een ketogeen dieet?

Een ketogeen dieet is laag in koolhydraten, vetrijk en gematigd in eiwitten. Voor iemand met een stabiel gewicht zou niet meer dan 5% van de calorieën afkomstig moeten zijn van koolhydraten, 70-80% van vet en 20-30% van eiwit. Met deze verdeling van macronutriënten, gebruiken mensen niet langer glucose als voornaamste energiebron, maar gebruiken ze in plaats daarvan vet als brandstof. Vet wordt gebruikt om ketonlichamen te produceren, die worden gebruikt voor energie of om bepaalde genen te reguleren. Twee ketonlichamen circuleren in je bloed: Acetoacetaat (AcAc) en Beta-hydroxybutyraat of β-hydroxyboterzuur (BhB). Een derde keton, aceton, wordt spontaan gevormd uit acetoacetaat. Het is geen energiebron, maar nuttig voor ketonenmeting.

Omdat het ketogeen dieet koolhydraten door vet vervangt, houdt het de bloedsuikerspiegel laag, vermindert het de behoefte aan insuline en heeft het een algeheel positief effect op de insulinesignalering. We zullen verderop beschrijven waarom dit zo cruciaal is voor diabetici.

Wat is diabetes?

De diagnose diabetes wordt gesteld wanneer je nuchtere bloedsuikerwaarde hoger is dan 7 mmol/l of 125 mg/dl  of je HbA1c (de gemiddelde bloedsuikerwaarde over 3 maanden) hoger is dan 48 mmol/mol of (6,5%).
Dat is echter niet wat de ziekte is, maar slechts hoe artsen het diagnosticeren – ongecontroleerde bloedsuikers. De ziekte bestaat al lang voordat je hoge en onstabiele bloedsuikerspiegels ziet.

Diabetes II is eigenlijk een stofwisselingsprobleem. Het wordt gekenmerkt door het feit dat het hormoon insuline zijn belangrijke werk niet langer op de juiste manier uitoefent. Je cellen en weefsels ´horen zijn signaal niet meer’ om het zo maar te zeggen. Je produceert dus steeds meer insuline, wat je alvleesklier uiteindelijk uitput. Deze overvloed aan insuline (hyperinsulinemie) waar je nu in zit, zorgt er ook voor dat je vetvoorraden onnodig vet afgeven. Dit overspoelt uiteindelijk je lever met overtollig vet (energie). Om de overtollige energie te verminderen, gaat je lever verwoed veel glucose produceren en wegpompen. Deze taak (gluconeogenese) kost relatief veel energie en lost tijdelijk de crisis van je lever door de grote hoeveelheid energie op.
Op langere termijn zijn er echter ernstige gevolgen, zoals:

  • hoge bloedsuikers
  • onstabiele energieniveaus
  • beschadigde weefsels (via glycosylatie en ROS)
  • neurodegeneratie
  • slechtere lichaamssamenstelling (met vet meestal op de verkeerde plaatsen opgeslagen)
  • enzovoorts.

Er zijn twee verschillende soorten diabetes, type 1 en type 2 en ze hebben verschillende oorzaken.

  • Type 1 is een auto-immuunziekte waarbij auto-antilichamen de insulineproducerende β-cellen in de pancreas aanvallen [2]. Bijgevolg produceren type 1-diabetici nauwelijks insuline. Ze moeten insuline injecteren om de zogenaamd ‘basale insulinebehoefte’ te dekken. Ze lopen ook tegen problemen aan bij het proberen om hun koolhydraatinname te dekken, wat we nog zullen bespreken.
  • Type 2 wordt veroorzaakt door omgevingsfactoren die leiden tot een verhoogde insulineresistentie, zoals de 3 grote voedingsfactoren: suiker, meel en zaadoliën. Om te begrijpen wat insulineresistentie is, zullen we eerst eens kijken naar de rol van insuline in het lichaam.

Insuline heeft 2 hoofdtaken, om vetten op de juiste manier in en uit je vetopslag te krijgen en ook om je bloedsuikers stabiel te houden [34]. Een verhoging van de bloedsuikerspiegel stimuleert de afgifte van insuline in de pancreas. Insuline bindt zich vervolgens aan insulinereceptoren, die glucosekanalen ontgrendelen zodat glucose in de cellen kan komen.

Een tweede belangrijke taak van insuline is de vetopslag [5]. Zolang er glucose uit de voeding in de bloedbaan terechtkomt, wordt het door de cellen opgenomen met behulp van insuline. Dit vermindert ook het gebruik van vet als brandstof.

Zolang insuline aanwezig is, worden vetzuren opgeslagen, bij voorkeur in vetweefsels. Insuline onderdrukt ook de lipolyse, de afgifte van vrije vetzuren uit de vetcellen. Insulineresistentie is het tegenovergestelde van insulinegevoeligheid; insulinegevoelig betekent dat cellen goed reageren op een beetje insuline, en insulineresistent betekent dat ze méér insuline nodig hebben om adequaat te reageren.

Met toenemende insulineresistentie worden deze fysiologische processen verstoord. Maar wat veroorzaakt insulineresistentie?

Wist je dat?

Vóór de ontdekking van insuline in 1921 was een koolhydraatarm dieet de enige manier om diabetes te behandelen, omdat ongecontroleerde bloedsuiker orgaanschade veroorzaakt en dramatische gevolgen heeft.

Ondanks de medische vooruitgang in bijna 100 jaar, is het risico van een diabeet om een ​​hartaandoening op te lopen niet afgenomen. Met andere woorden: een koolhydraatarm of ketogeen dieet is nog steeds de beste behandelingsoptie voor diabetes!

Als je start met een ketogeen dieet raden we mensen aan om dit in overleg met hun arts te doen. Want het gebruik van Sulfonylureumderivaten zoals bijvoorbeeld gliclazide of het gebruik van insuline kan in combinatie met een koolhydraatarm of ketogeen dieet hypoglykemie (een te laag glucose gehalte in het bloed) veroorzaken.

Echter over het afbouwen van medicatie bij het starten van een leefstijlprogramma zijn nog geen vaste richtlijnen vastgelegd. Daardoor kunnen adviezen hierover per arts verschillen. Recentelijk verscheen er nog een artikel over het afbouwen van medicatie in het het Nederlands Tijdschrift voor Voeding & Diëtiek. https://ntvd.media/artikelen/medicatie-afbouwen-bij-diabetes-type-2/ of dit artikel op de site van Skipr gebaseerd op een artikel van de vereniging arts en leefstijl https://www.skipr.nl/actueel/id35976-arts-en-leefstijl-introduceert-handleiding-voor-demedicalisering.html

Er zijn in zekere zin twee soorten insulineresistentie. Bij diabetes zien we pathologische (dat betekent slechte) insulineresistentie. Bij een ketogeen dieet zien we fysiologische (dat wil zeggen normale) insulineresistentie. Zie ook ons eerder verschenen artikel “Het ketogeen dieet veroorzaakt insulineresistentie

Het ketogene dieet leidt bloedsuikers bij voorkeur naar je hersenen en minder naar je spieren door je spieren insulineresistent te maken. Dus je hersenen worden tevreden gesteld met 30-50% van zijn glucosebehoefte en je spieren kunnen het zonder de glucose doen door vrolijk vetzuren te verbranden. Dit is normale metabole flexibiliteit.

Bij diabetes heb je  een vorm van insulineresistentie die metabolisch inflexibel is, wat je een slechte vetverbrander maakt en zwaar afhankelijk van glucose. Dit is schadelijk voor je cellen en organen. Het resulteert in geglyceerde weefsels en geperoxideerde vetten waardoor je snel veroudert, en het risico op hartaandoeningen, kanker en zelfs het verliezen van ledematen toeneemt!

Insulineresistentie wordt veroorzaakt door verschillende mechanismen, waaronder chronisch verhoogde insulinespiegels. Dus wat verhoogt de insulinespiegel? Voornamelijk suiker. Een slechte nachtrust kan dat ook, maar suiker is een grote factor. Dit kan door suiker komen uit onze voeding, of koolhydraten die tot glucose worden afgebroken. Eiwitten in combinatie met vetten kunnen ook worden omgezet in glucose, een proces dat gluconeogenese wordt genoemd, maar het is eigenlijk het effect van geraffineerde suikers en zetmeel (meel) in de voeding dat bloedsuiker- en insulinepieken veroorzaakt. Deze pieken worden dan vaak gevolgd door een bloedsuikercrash, wat leidt tot een gevoel van ongemak, zelfs zweten, en meestal een verlangen naar meer koolhydraatrijke voedingsmiddelen.

Wanneer we dit koolhydraatrijke voedsel meerdere malen per dag eten met weinig tijd tussen de maaltijden, zijn de insulineniveaus constant hoog gedurende de dag. In de loop der jaren reageren de cellen op deze constante overvloed aan glucose en vet door hun insulinereceptoren uit te schakelen. Met minder insuline-receptoren worden de cellen minder gevoelig voor de werking van insuline. Om dezelfde hoeveelheid glucose op te nemen, moet de alvleesklier meer insuline produceren.

Niet alleen cellen die glucose als brandstof gebruiken worden insulineresistent, maar ook chronisch ontstoken vetcellen. Wanneer die insulineresistent worden, nemen ze minder circulerende lipiden op, ondanks de hoge insulinelevels. De insulineresistentie verhoogt ook het vrijkomen van vrije vetzuren uit de vetopslag. Vrije vetzuren in het bloed verminderen de glucoseopname in de spiercellen en dragen verder bij aan de insulineresistentie.

Insulineresistentie wordt vaak gekenmerkt door hoge triglyceriden en een hoge verhouding triglyceriden tot HDL-cholesterol.

Een ander orgaan dat een essentiële rol speelt in de regulatie van de bloedsuikerspiegel is de lever. Het slaat overtollige glucose op als glycogeen, en wanneer het glucosegehalte laag is, wordt glycogeen afgebroken om glucose te leveren [6]. Dit proces wordt geregeld door twee hormonen: insuline en glucagon. Insuline bevordert normaal gesproken de glycogeensynthese en interfereert met het vrijkomen van glucose uit de lever.

Bij toenemende insulineresistentie kan de lever glucose afgeven ondanks de aanwezigheid van insuline – nog een mechanisme hoe insulineresistentie leidt tot een verhoging van de bloedsuikerspiegel. De insulineresistentie wordt na verloop van tijd slechter, dus er moet steeds meer insuline worden geproduceerd.

Op een gegeven moment raakt de alvleesklier letterlijk uitgeput en kan deze niet genoeg insuline produceren om zelfs de basisbloedsuiker onder controle te houden, laat staan na een koolhydraatrijke maaltijd. Deze toestand is het eindstadium van diabetes type 2 waarbij insuline-injecties noodzakelijk worden [7]. Type 2 diabetici produceren niet minder insuline dan normaal, maar de insulineresistentie verhoogt de behoefte aan insuline. Een diabetische alvleesklier is uiteindelijk niet meer in staat om aan deze toegenomen vraag te voldoen.

Dit klinkt als een vicieuze cirkel, en dat is het ook! Er is steeds meer insuline nodig en de toegenomen hoeveelheden insuline schroeven de insulineresistentie nog verder omhoog. Is er een manier om aan deze cyclus te ontsnappen? Goed nieuws: ja, er is een manier!

Hoe je de vicieuze cirkel doorbreekt met een ketodieet

Wanneer steeds grotere hoeveelheden insuline de insulineresistentie verergeren, is het logisch om de insulineniveaus zo laag mogelijk te houden. Is dit zinvol? Je merkt misschien dat dit precies het tegenovergestelde is van de standaardbehandeling voor diabetici. Ze krijgen externe insuline om het onvermogen van de alvleesklier om voldoende hoeveelheden van het hormoon te produceren te overwinnen.

Omdat insulineresistentie in de loop van de tijd erger wordt, hebben diabetici in de loop der jaren steeds meer externe insuline nodig.

Dus hoe houd je je insuline laag? Je moet de behoefte aan insuline verminderen. Insuline is nodig om glucose, vetten en eiwitten in de cellen te brengen en als we de hoeveelheid glucose in het bloed verminderen, is er minder behoefte aan insuline.

Je zou al kunnen vermoeden dat een koolhydraatarm of ketogeen dieet veel kan helpen – er is in principe geen suiker! Bij een ketodieet elimineren we alles wat bloedsuikerpieken veroorzaakt. Als gevolg hiervan is de bloedsuikerspiegel stabiel en op een gezond niveau.

Scroll to top